Soekot (Loofhuttenfeest)

Soekot (Loofhuttenfeest)
Soekot (Sukkot) ofwel Loofhuttenfeest is een joods feest dat zeven dagen duurt, en waarbij herdacht wordt, dat de joden veertig jaren lang in hutjes en tenten in de woestijn rondzwierven.

Veel van de joodse gedenkdagen herinneren aan de gebeurtenissen die in het oude testament staan. Met Soekot wordt herdacht dat het joodse volk 40 jaar door de woestijn moest zwerven. Zij leefden toen in hutten gemaakt van palmbladeren.

Het Loofhuttenfeest is het begin van een zeven dagen durende periode, waarin bij veel Joodse gezinnen in hun tuin of in hun woning een hut wordt nagebouwd. Gedurende deze dagen wonen zij hierin, gebruiken er de maaltijden en luisteren naar de verhalen over de tocht van de joden door de woestijn.

Het houden van dit feest wordt beschreven in Tenach/ Bijbel, in het boek Leviticus hoofdstuk 23 vanaf vers 33 t/m 44.

Doordat men een maankalender gebruikt, vallen feestdagen zoals Soekot niet steeds op dezelfde data van de (onze) Gregoriaanse kalender.

Soekot is een vreugdevol feest. De periode in de woestijn lag tussen de uittocht uit Egypte, die met Pesach wordt gevierd, en de intocht in het beloofde land. Op de twee eerste dagen van Soekot wordt er niet gewerkt. Volgens het gebod dient men in hutten te verblijven.
Hiervoor wordt vaak een hut (Hebreeuws: soeka, meervoud: soekot) in de tuin gemaakt, en het eten van een maaltijd in een dergelijke hut geldt al als vervulling van het gebod, hoewel het er meer mee overeenkomt als men, indien mogelijk, erin overnacht, wat ook wel wordt gedaan. Het dak van de hut moet van takken en gebladerte van bomen en andere plantaardig materiaal zijn gemaakt, niet van ander materiaal, zoals kunststof.




 
terug