Interieur Interieur

Aangezien aan enkele zaken in het interieur een geschiedenis is verbonden, wordt hieraan enige aandacht geschonken.

De kroonluchters
Van welke datum twee van de drie koperen kronen dateren is niet bekend, maar wel dat zij in elk geval in de vorige kerk, gebouwd in 1742, aanwezig waren. De middelste kroon, de koning, dateert van 1649. Bij de verwoesting van de kerk in 1876 zijn de kronen vrij ernstig beschadigd en is een van de kronen gebruikt om de andere twee te restaureren. Gezocht is naar een enigszins gelijke kroon. Deze werd gevonden in Amsterdam, afkomstig uit een kerk in Amstelveld. Deze kroon hangt nu het dichtst bij het orgel. Tot tweemaal toe heeft het kerkbestuur, vanwege geldgebrek, op het punt gestaan om de kronen te verkopen. In 1851 was dat voor de eerste keer om met de opbrengst een deel van de kosten voor het restaureren van de kerk te betalen. In datzelfde jaar echter heeft Rijkswaterstaat de kerk gecontroleerd en ernstige gebreken geconstateerd, zodat uiteindelijk besloten is de kronen niet te verkopen, omdat de opbrengst toch een druppel op de gloeiende plaat geweest zou zijn. Daarna is in 1918 nog eens overwogen om de kronen van de hand te doen om met de opbrengst de kosten voor de aanleg van elektriciteit op te brengen. Deze verkoop is gelukkig ook niet doorgegaan, want in 1919 is door Van Schuppen de kerk van elektriciteit voorzien uit de opbrengst van een extra voor dat doel gehouden collecte.


De hangende kansel met de 3 kroonluchters zijn een bepalende factor in het interieur van de kerk.

Orgel
In de huidige kerk is een prachtig orgel met een schitterend orgelfront aanwezig. Dit is aangebracht bij de bouw in 1876/1877. De daarvoor aanwezige kerken kenden geen orgel. Het was in die tijd gewoonte dat een voorzanger, iemand met een goede stem en melodievast, de psalm of het gezang inzette.

In de nieuwe kerk wilde men niettemin toch een orgel, hoewel de financiën hiervoor ontbraken. Bovendien w:as men vergeten om de bouw van een consistoriekamer aan de kerk, kosten f. 1.700,—, op de begroting te zetten. Ondanks deze tegenslag is er toch een orgel gekomen. Het orgel met front is gekocht van een Rooms Katholieke kerk uit Kralingen bij Rotterdam voor ƒ 300,-. Dit orgel was destijds gebouwd door Johannes Jacobus Moreau - een zoon van de vermaarde orgelbouwer Jacob Francois Moreau en bouwer van het orgel in de Goudse St.Jan en dateert van omstreeks 1760. Dit orgel deed dienst tot 1926. In dat jaar is door de firma Koff uit Utrecht een nieuw orgel geleverd. Tot ieders genoegen heeft men toentertijd besloten om dit nieuwe orgel in te bouwen in de oude kast om het front te behouden. Alleen de pijpen in het front deden nu geen dienst meer maar zijn als dode pijpen blijven staan.

Bij de laatste grote kerkrestauratie in 1989/1990 is alles weer grondig aangepakt en is het uit 1760 stammende orgelfront mede bepalend geworden voor het op de monumentenlijst plaatsen van het interieur van de kerk.


Het zeerfraaie orgelfront van omstreeks 1760.

Verwarming
In alle kerken en grote gebouwen vindt men tegenwoordig wel een bron voor verwarming. In vroegere tijden, zeker toen de centrale verwarming nog niet bestond, was dit wel anders. Ook de kerken in Wilnis kenden geen verwarming. De kerkgangers zorgden daar zelf voor, door een testje met gloeiende -gebrande (niet opgebrande) - turf in een stoof te plaatsen waardoor men in elk geval warme voeten hield. De aangestoken en brandende turf werd op gegeven moment in een pot of ijzeren bus gedaan met een deksel, zodat de turf doofde (van dit gebeuren stamt ook de uitdrukking "in de doofpot stoppen", hetgeen nu een andere betekenis heeft).

Met zo'n pot of bus kon men naar de kerk gaan en de gloeiende turf in de test doen. Ook is er een systeem geweest waarbij een speciaal voor het verzorgen van testjes met gloeiende turf en later kolen, iemand was aangesteld. In de meeste gevallen was dat dezelfde persoon als de koster. Pas veel later, vermoedelijk in 1896 omdat van dat jaartal bekend is dat er een kachelfonds was, werd er in de winter een grote kachel geplaatst. Bij de restauratie in 1955 werd een heteluchtverwarming aangebracht die bij de restauratie van 1988/1989 is vervangen door een centrale verwarming.

Zo zijn er nog enkele antieke zaken in het interieur, zoals de doophekbogen. Deze zijn vervaardigd in de Louis de XV-stijl en hebben in elk geval in vorige kerken ook dienst gedaan.

De kanselbijbel dateert van 1686
De preekstoel ofwel kansel heeft eveneens in de vorige kerk gestaan, of liever gezegd gehangen. Waarschijnlijk was de van oorsprong tegen de muur hangende kansel bij het instorten van de vorige kerk beschadigd en heeft men er bij de inrichting van de huidige kerk gemakshalve een houten voet onder gemaakt. Bij de restauratie in 1989 is er weer de oorspronkelijke vorm aan gegeven en nu hangt de kansel aan de oostmuur.


Interieur van de N.H. Kerk van voor de restauratie in 1955. Vroeger was het gebruikelijk dat de vrouwen op de stoelen zaten en de mannen aan de buitenzijde in de banken. In de winter werden enkele van de stoelen rechts onder weggehaald en op die plaats werd dan een grote kachel geplaatst.
 

terug