Meditatie: Pokemonjager of slippendrager? Meditatie: Pokemonjager of slippendrager?

Zacharia 8 vers 20-23.

Zo zegt de HEERE van de legermachten: In die dagen zal het gebeuren dat tien mannen uit alle talen van de heidenvolken, vastgrijpen, ja, de punt van de mantel van een Joodse man zullen zij vastgrijpen, en zeggen: Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is.
Wellicht is ook u de nieuwste rage niet ontgaan. Ouderen en jongeren die, kijkend naar het scherm van hun smartphone, op jacht zijn naar een pokemon. Een virtueel monster in zakformaat dat alleen zichtbaar is als je het spel hebt geïnstalleerd op je smartphone. Het duikt zomaar ergens op en het is dan zaak om er snel bij te zijn en het monster te vangen. Volgens de media is het spel een hype en velen, oud en jong, zijn er druk mee. Toen ik in de afgelopen tijd hoorde van de pokemonhype, kwam de hierboven geciteerde tekst in mijn gedachten. De pokemonhype laten we verder voor wat het is, het zal wel weer overgaan. Over de te lezen verzen uit Zacharia een enkele gedachte.
 
Deze verzen zijn onderdeel van een hoofdstuk vol met beloofde zegeningen voor het volk Israël. Zij waren in ballingschap in het verre Babel waar koning Darius het voor het zeggen had. Maar de tijd van de ballingschap zit er bijna op en de eerste  Joden zijn al teruggegaan naar hun eigen land. Dan mag Zacharia deze beloften van God aan het volk verkondigen. Israël zal weer opgebouwd worden en het zal weer voorspoedig worden. Wie de moeite neemt om het gehele hoofdstuk te lezen komt onder de indruk van de rijke beloften van God voor zijn volk. Het volk wordt bemoedigd door al die beloften en dat zal nodig zijn geweest om de ballingen aan te sporen om zodra het mogelijk is, weer terug te keren naar hun eigen land.
 
Aan het eind van dit hoofdstuk komen dan de beloften die ook voor andere volken dan alleen Israël bestemd zijn. De volken uit de wereld, de heidenvolken, zullen optrekken naar Israël om daar in Jeruzalem het aangezicht van de HEERE te zoeken.
Hierin horen wij, als het ware, dat Gods beloften aan Abraham herhaald worden. God beloofde Abraham, dat in hem alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden. En nu, zo ongeveer aan het einde van de Oud Testamentische periode, lijken deze beloften nogmaals te klinken. De tijd van het Nieuwe Testament is nog ver weg en de Here Jezus is er nog lang niet, maar God lijkt er met deze beloften wel naar te verwijzen. Er zal een tijd komen dat Jeruzalem het middelpunt van- en voor de volken zal worden.
 
In Handelingen 2 zien wij deze beloften in vervulling gaan, mensen uit alle volken en talen horen het Evangelie van de opgestane Heer, Jezus Christus. Toch geloof ik dat dit niet de enige vervulling van deze beloften is. Nog steeds zijn er wereldwijd mensen die tot geloof komen in God en Zijn Zoon, Jezus Christus.
In de westerse wereld en met name ons eigen land lijkt er weinig meer van deze beloften te zien. Wie is er nog op zoek naar die Joodse man? Wie is er nog op zoek naar de Here Jezus?
Ja het is waar, mensen zijn massaal op zoek naar vrede, er wordt koortsachtig gezocht naar middelen en mogelijkheden om de aarde in stand te houden, maar weinigen zijn op zoek naar de HEERE van de legermachten om Zijn aangezicht gunstig te stemmen (vers 22).
 
Naar wie of wat zijn wij op zoek? Zoeken wij naar de geest van de wereld en zijn wij ‘pokemonjager’ of zijn wij ‘slippendrager’ en grijpen wij de punt van de mantel van die Joodse Man, Jezus Christus, op zoek naar het vriendelijk aangezicht van God?
 
Komt laat ons samen Isrels Heer, de rotssteen van ons heil, met eer met godgewijde zang ontmoeten! Laat ons zijn gunstrijk aangezicht met een verheven lofgedicht en blijde psalmen juichend groeten!
(Psalm 95 vers 1)
 
Kees Kersbergen, pastoraal medewerker in Wilnis en op Marken
 

terug